Vanaf komende maandag worden berichten van Nederlandse gebruikers op Instagram en Facebook weer gefactcheckt. Dat heeft het sociale netwerk vandaag bekendgemaakt in een telefoongesprek met Nederlandse journalisten.

De factcheckers komen er niet voor niets, door het coronavirus wordt bewust en onbewust veel onjuiste informatie gedeeld op sociale media. Hoeveel van dit soort berichten in Nederland nu rondgaan op Facebook en Instagram kan het bedrijf niet zeggen.

Opvallend is dat Facebook samenwerkt met twee buitenlandse persbureaus: het Franse AFP en het Duitse DPA. Zij leveren Nederlandse factcheckers aan, het gaat in totaal om drie voltijds posities. De twee persbureaus benadrukken daarnaast dat zij veel zullen samenwerken met collega’s, die bijvoorbeeld in andere delen van de wereld berichten controleren.

Eerder werkte Facebook samen met de Universiteit Leiden en Nu.nl. De universiteit stopte in 2018 met de samenwerking. Nu.nl ging tot november vorig jaar door, maar stopte omdat het bedrijf het niet eens was met Facebooks beleid omtrent het niet controleren van politieke advertenties.

Complottheorieën en schadelijke berichten

De twee persbureaus zullen zich richten op het checken van bijvoorbeeld complottheorieën. Als voorbeeld geeft Facebook een verhaal over de oorsprong van het virus. Als de factcheckers zo’n bericht als onwaar bestempelen, beperkt het sociale netwerk de distributie van het bericht. Ook krijgt het de melding dat het bericht is beoordeeld als onwaar.

Berichten die als “schadelijk” worden bestempeld en die iemand in gevaar kunnen brengen, worden verwijderd. Denk bijvoorbeeld aan verhalen dat bleekmiddel zou helpen bij de genezing van het virus of dat anderhalve meter afstand houden niet nodig is. Hier zullen de factcheckers zich niet mee bezig houden, dit zegt het platform zelf te doen.

Ten slotte lanceert het bedrijf in de Benelux vandaag het zogeheten ‘Corona Informatiecentrum’ dat bovenaan de tijdlijnen van gebruikers te zien zal zijn. Hierin zullen het laatste nieuws en gezondheidstips worden geplaatst, aldus het sociale netwerk.

‘Welkome versterking’

Peter Burger, universitair docent journalistiek aan de Universiteit Leiden, noemt de komst van AFP en DPA welkome versterking. “Ik ben vorig jaar samen met een collega op bezoek geweest bij het Duitse persbureau, dat maakt een zeer gedegen indruk. AFP ken ik al langer, die leveren heel goed werk en doen dit in verschillende talen.”

Dat Facebook drie mensen inzet, vindt Burger niet heel veel. “Zij zullen verstandige beslissingen moeten nemen over wat ze wel en niet checken. Tegelijkertijd kom je met drie voltijd krachten wel een heel eind.” Zij zullen volgens hem niet het hele nepnieuws-probleem kunnen wegnemen, daarvoor gaat er te veel rond.

Probleem van WhatsApp

Facebook is niet alleen eigenaar van Instagram, maar ook van WhatsApp. De chatdienst is in Nederland het belangrijkste communicatieplatform en zo versleuteld dat het voor Facebook – en dus ook een overheid – niet mogelijk is om mee te kijken.

Daardoor is er veel minder zicht op wat voor berichten er worden gedeeld, en dus ook minder controle. Met als gevolg dat misinformatie zich via WhatsApp veel makkelijker kan verspreiden. Daarbij komt dat volgens Burger mensen sneller dingen voor waar aannemen, omdat een bericht wordt doorgestuurd door bijvoorbeeld een familielid of een kennis. Hij zou graag meer systematisch onderzoek willen doen naar wat er op WhatsApp rondgaat.

Wel heeft de chat-app het aantal mensen waarnaar een bericht kan worden doorgestuurd beperkt. En gebruikers kunnen zich abonneren op dagelijkse Engelse updates van de Wereldgezondheidsorganisatie.

Eind februari besloot de GGD Hollands Midden via Twitter een bericht dat op WhatsApp rondging te ontkrachten: