Injera

Injera

Injera – Ethiopië & Eritrea

Injera is een Ethiopisch/Eritrisch plat brood – echter met een verschil. Dit sponsachtige, dunne brood wordt meestal gemaakt in afmetingen die groot genoeg zijn om een tafel te bedekken en het wordt eigenlijk gebruikt in plaats van een tafelkleed. Gerechten als doro wot worden dan bij grote gemeenschappelijke maaltijden meteen op de injera geserveerd.

Injera wordt meestal gemaakt van Ethiopisch bloem, dat in het Armharic ‘teff’ genoemd wordt. Teff is een graan, dat in heel Ethiopië als tarwe wordt geteeld, maar dat in andere landen als veevoer wordt gebruikt. Er zijn twee soorten teff: rode (die rijker is aan ijzer en mineralen) en witte, en die zijn verantwoordelijk voor de plaatselijke verschillen in de kleur van injera.

1 kg zelfrijzend bakmeel

250 g volkorenbloem

5 g (1 theelepel) bakpoeder

500 ml sodawater

 

Vermeng de twee soorten meel en bakpoeder in een kom. Voeg het sodawater toe en meng er een glad, dun beslag van.

Verhit een grote koekenpan met antiaanbaklaag. Als er een druppel water van de bodem opspringt, is de pan warm genoeg. Schep zoveel beslag in de koekenpan, dat de bodem bedekt is; draai de pan om het beslag te laten uitlopen en zet hem dan weer terug op de warmtebron.

Als het vocht verdampt is en er kleine putjes in het oppervlak verschijnen, kan de injera uit de pan. Injera wordt slechts aan een kant gegaard en mag niet bruin worden.

Als de eerste injera niet gaar is, laat deze dan nog wat langer garen, maar maak de volgende iets dunner. Net als bij flensjes mag de injera niet te lang bakken, want dan ontstaat een knapperig brood, dat misschien wel smakelijk, maar niet te vouwen is.

Leg de ene injera op de andere en doe er een doek over om te voorkomen dat ze uitdrogen. Voor het serveren de injera op een schaal of een bakvorm leggen in elkaar overlappende concentrische cirkels, te beginnen aan de binnenkant en naar buiten toe werkend tot de injera over de rand valt.

 

6 – 8 personen